Bitches Brew - Miles Davis | Iconische Albumhoezen

Bitches Brew - Miles Davis | Iconische Albumhoezen

Er zijn albumhoezen die een plaat aankondigen, en dan zijn er hoezen die een tijdperk inluiden. De voorkant van Bitches Brew doet allebei tegelijk — en heeft er meer dan vijftig jaar over gedaan om volledig te worden begrepen.

In het voorjaar van 1970 verscheen in de platenzaken een dubbelalbum dat niemand had zien aankomen. Niet de jazz-puristen, niet de rockkritiek, en misschien ook Miles Davis zelf niet — hoewel hij er stellig over was. De hoes was het eerste wat je zag: een explosie van kleur en betekenis, een schilderij dat leek te ademen. Geen foto van de artiest, geen strakke typografie op een egale achtergrond. Wat je in handen had was een raam naar een andere wereld.

Het schilderij dat de muziek aankondigde

De man achter het schilderij was Abdul Mati Klarwein, een kunstenaar van Duits-joodse afkomst die als kind met zijn ouders naar het Britse mandaatgebied Palestina was gevlucht voor de nazi's. Na de oorlog studeerde hij schilderkunst in Parijs, waar hij de Franse nationaliteit verwierf en de grondslagen legde voor een beeldtaal die moeilijk te classificeren valt. Was het surrealisme? Psychedelica? Spirituele kunst? Het antwoord is: alles tegelijk, en toch iets anders.

In 1965 verhuisde Klarwein naar New York, het epicentrum van de culturele onrust van dat decennium. Zijn werk raakte doordrongen van niet-westerse symboliek, religieuze iconografie en een obsessief gevoel voor detail dat critici deed denken aan de Vlaamse meesters — maar dan door een kosmopolitisch, grenzeloos filter gezien. Hij reisde uitgebreid door Afrika, het Midden-Oosten en India, en al die reizen sijpelden zijn doeken in.

"Terwijl het gemakkelijk is om in de hoes dichotomieën te zien, gaat het eigenlijk meer over tandems en gedeelde ervaringen, gekoppeld aan de erkenning dat individuele perspectieven een buitenaardse ervaring kunnen creëren."

— Mati Klarwein over Bitches Brew

De techniek van de oude meesters

Voor de hoes van Bitches Brew gebruikte Klarwein de zogenoemde Mischtechnik — een schildertechniek die teruggaat tot de vroeg-Nederlandse meesters van de vijftiende eeuw. De methode bestaat uit het laag voor laag aanbrengen van tempera en olieverf, waardoor een bijna fotografische helderheid ontstaat die tegelijkertijd droomachtig en hyperreëel aanvoelt. Het licht lijkt van binnenuit te komen. De kleuren hebben een lumineuze kwaliteit die op reproductie moeilijk te vatten is, maar op de originele albumhoes — zeker op het formaat van een elpee — bijna tastbaar wordt.

Het schilderij zelf is een weefsel van beelden dat bewust geen eenduidige interpretatie toelaat. Aan de linkerzijde een donkere figuur omhuld door water en nacht, aan de rechterzijde een lichtere gestalte in een landschap vol kleur en leven. Daartussenin: menselijke gezichten, exotische vogels, een zwangere vrouw, een handpalm. Afrikaanse motieven wisselen af met oosterse symbolen en wat sommigen beschrijven als archetypische menselijke figuren die een oeroude spanning tussen duister en licht verbeelden. Klarwein noemde het zelf liever een voorstelling van "tandems" — twee krachten die niet tegenover elkaar staan maar naast elkaar bestaan, elkaar aanvullen.

De naam die alles veranderde

Miles Davis had het album aanvankelijk Witches Brew willen noemen. Het was zijn toenmalige vrouw Betty — jong, vrijgevochten en diep geworteld in de tegencultuur van haar tijd — die hem overhaalde de eerste letter te veranderen. Eén letter verschil, maar de lading was compleet anders: brutaler, aanstootgevender, en precies goed voor een plaat die de conventies van de jazz met volle kracht aan de kant schoof. De gotische lettering waarmee art director John Berg van Columbia Records de titel over het schilderij plaatste, voltooide het geheel. Berg zag de rock-'n-rollaantrekkingskracht van Klarwein's werk en begreep dat het iets was wat de jazzcultuur tot dan toe niet had gezien.

Muziek als opdracht

Miles Davis gaf Klarwein geen briefing in de gebruikelijke zin. Hij vroeg hem de muziek te beluisteren en daar een visueel equivalent van te maken. Wat Davis in augustus 1969 had opgenomen in Columbia's Studio B in New York was geen gewone jazzplaat. In drie dagen tijd — van de 19de tot de 21ste augustus 1969 — had hij een groep van meer dan tien muzikanten bijeengebracht, waaronder Wayne Shorter, Chick Corea, Joe Zawinul, John McLaughlin en Jack DeJohnette, en hen laten improviseren op rudimentaire schetsen en mondelinge aanwijzingen. Producer Teo Macero sneed de uren aan bandopnames daarna letterlijk met een scheermes aan stukken en monteerde er een geheel van samen, in een techniek die dichter bij de musique concrète stond dan bij traditionele platenproductie.

Klarwein begreep de opdracht op zijn eigen manier. Het resultaat was een doek dat even onclassificeerbaar was als de muziek zelf — Afrikaanse en oosterse motieven verweven met tussenraciale beeldtaal, een viering van menselijke diversiteit die tegelijkertijd mythisch en hedendaags aanvoelde. Rusteloze energie, zoveel lagen dat je telkens iets nieuws ontdekt, geen eenduidig middelpunt.

"What we played for Bitches Brew would be impossible to write down and have an orchestra play it, and that's why I didn't write it."

— Miles Davis

Van jazzplatenwinkel tot het MoMA

Bij verschijning ontving Bitches Brew gemengde reacties. Jazzpuristen voelden zich verraden; voor hen was de elektrische gitaar een aanslag op de integriteit van het genre. Maar de plaat vond zijn weg naar rockzenders die er weinig mee te maken hadden, en werd uiteindelijk Miles Davis' eerste goudcertificaat — meer dan een half miljoen exemplaren verkocht. Het won de Grammy voor Best Large Jazz Ensemble Album in 1971, en de invloed ervan op artiesten als Herbie Hancock, Weather Report en later ook rockmuzikanten is moeilijk te overschatten.

Het schilderij van Klarwein — de lithografische reproductie ervan, precies 31,8 bij 31,4 centimeter — bevindt zich tegenwoordig in de permanente collectie van het Museum of Modern Art in New York. Dat zegt iets over wat er is gebeurd met de grens tussen beeldende kunst en populaire muziekcultuur. Een albumhoes als museumstuk: het is precies het soort erkenning die het formaat verdiende, op het moment dat het formaat zelf al lang op zijn retour was.

Waarom deze hoes blijft

Er zijn hoezen die je vertellen wat voor muziek je kunt verwachten. De hoes van Bitches Brew doet het tegenovergestelde: hij stelt vragen die de muziek pas gedeeltelijk beantwoordt. Wat betekent die donkere figuur links? Wie is de vrouw? Waarom die vogels? Klarwein gaf zelf aan dat hij niet geloofde in eenduidige symboolverklaringen — zijn werk was bedoeld als een ervaring, niet als een puzzel met een oplossing.

Dat is ook waarom deze hoes vijftig jaar later nog steeds werkt. In een wereld van streamingminiaturen en algoritmische aanbevelingen is er iets fundamenteel radicaals aan een beeld dat weigert zich te laten samenvatten. Je moet er de tijd voor nemen. Je moet dichter bij gaan zitten. En hoe meer je kijkt, hoe meer je ziet — net als bij de muziek die erin zit.

Een elpee in handen nemen betekent ook: deze hoes vasthouden. En dat is, bij Bitches Brew, een ervaring op zichzelf.

Bestel dit iconische album met het geweldige artwork hier:

Terug naar blog

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.